NATIONAAL PROGRAMMA ONDERWIJS

De huidige generatie leerlingen en studenten verdient, ondanks de coronacrisis, alle kansen op volwaardig onderwijs en een goede toekomst. Daarom komt het kabinet met een Nationaal Programma Onderwijs. Hiervoor wordt in totaal 8,5 miljard euro geïnvesteerd. De maatregelen zijn gericht op herstel én ontwikkeling van het onderwijs. Op het inhalen én compenseren van vertraging. En op het ondersteunen van leerlingen en studenten in het onderwijs die het moeilijk hebben.

Het Nationaal Programma Onderwijs richt zich op de brede ontwikkeling van leerlingen en studenten, hun cognitieve en beroepsgerichte ontwikkeling, hun sociale en persoonlijke ontwikkeling en hun mentaal welbevinden.

Het hele onderwijsveld is meegenomen in het programma, van voorschoolse educatie, basisonderwijs tot wetenschappelijk onderwijs. 

De belangrijkste maatregelen voor voorschoolse educatie, primair onderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs:

  • De subsidieregeling voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s voor peuters die voorschoolse educatie nodig hebben, wordt verlengd.
  • Vanaf komend schooljaar krijgt elke school geld om leerlingen gericht te helpen met opgelopen vertraging op cognitief, sociaal-emotioneel en executief gebied. Iedere school krijgt middelen voor een eigen School Programma.
  • Er komt een menukaart ontwikkeld door wetenschappers en het onderwijsveld met bewezen effectieve maatregelen voor leerlingen. Scholen kiezen zelf de maatregelen die het beste bij hun situatie past.
  • Scholen die te maken hebben met leerlingen die het extra lastig hebben, krijgen extra hulp en ondersteuning om deze leerlingen te helpen.
  • Scholen kunnen ervoor kiezen om deels open te blijven in de zomervakantie voor leerlingen die dat nodig hebben. Leraren die in die periode werken krijgen hiervoor extra betaald.
  • Op school krijgen leerlingen in kleine groepjes les om bepaalde vakken gericht bij te spijkeren, zoals rekenen of Engels. Dat kan ook buiten de reguliere schooltijden om, bijvoorbeeld in het weekend.
  • Middelbare scholen krijgen vanaf komend schooljaar een bonus als ze brede brugklassen vormen. Bijvoorbeeld vmbo-t / havo. Dat geeft leerlingen meer tijd om te kijken op welke plek zij het beste tot hun recht komen. Bij elke individuele brugklasser wordt gekeken of hij of zij op de juiste plek zit.
  • Er komt extra personeel bij om de druk op leraren te ontlasten. Denk hierbij aan vakleerkrachten, onderwijsassistenten en ander ondersteunend personeel. Zo kunnen leraren zich richten op het lesgeven aan leerlingen.

Downloads
Titel informatie
Corporatie

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)

Auteur

Slob, Arie; Engelshoven, Ingrid van

Uitgave

Den Haag : Ministerie van OCW, 2021

Collatie

13 p.

Publicatiejaar

2021